Gids
Markdown-exportPEPPOL in de EU: hoe uitwisseling echt werkt
PEPPOL is een 4‑corner netwerk: jouw access point levert facturen af bij het access point van de ontvanger. Succes draait vooral om juiste adressering (participant IDs), profielafstemming en validatie—niet om “een e‑mail met XML”.
Het 4‑corner model in één minuut
Hoek 1 ben jij (zender), hoek 2 jouw access point. Hoek 3 is het access point van de ontvanger, hoek 4 de ontvanger. Routing tussen access points gebeurt op basis van de participant ID van de ontvanger.
Praktische checklist: Het 4‑corner model in één minuut
Gebruik deze punten als praktische controles voor deze sectie.
- Je stuurt niet naar een e‑mailadres maar naar een participant ID
- De ontvanger kiest zijn access point
- Profielen en validatieregels moeten matchen (BIS/CIUS)
Participant IDs en endpoint discovery
Een participant ID combineert een scheme en een waarde (bijv. een bedrijfsidentificator). Het scheme is essentieel: een “logisch” nummer kan alsnog falen bij een verkeerd scheme.
In projecten is “we kunnen niet afleveren” vaak een adresseringsissue: verkeerd scheme, verkeerde ID, of de ontvanger is niet geregistreerd voor het documenttype/profiel.
Profielen: BIS vs CIUS (waarom “alleen UBL” niet genoeg is)
PEPPOL BIS definieert specifieke factuurregels bovenop UBL. Veel landen passen vervolgens CIUS‑regels toe om aan nationale eisen te voldoen.
Zie het profiel als contract: “generieke UBL” zal vaak falen op schematron-validatie.
Validatie en codelijsten (eenheden, btw-categorieën, betaalmiddelen)
Zelfs als routing werkt, kan een factuur worden afgewezen door foute codelijstwaarden (bv. eenheidscodes), inconsistente totalen of ontbrekende referenties.
Maak codelijsten onderdeel van inputvalidatie en je testsuite.